Shepparton, 31 januari 2001
Na drie weken eindelijk weer tijd om een stuk reisverslag te schrijven. Al die tijd geen computer kunnen vinden waar het niet al te duur (of nog beter: gratis!) was om lange tijd te zitten, maar hier (in de bieb) wel.
Begin januari was er de Jackaroo/Jillaroo cursus in Leconfield. Leconfield ligt ongeveer 50 km van Tamworth, in het noorden van New South Wales, voor degenen die het op de kaart willen opzoeken. Tijdens de vijfdaagse cursus heb ik leren paardrijden, en hebben we allerlei dingen geleerd die op een boerderij hier in Australia gedaan moeten worden. Zoals: het opdrijven van vee (koeien en schapen), het repareren van hekken, castreren (van een stiertje en een lam), worstelen met kalfjes (je zult zo'n beest toch eerst moeten vasthouden voor je `m kan castreren...), schapen scheren, enzovoorts... En Tim (de Australier die de cursus leidt) heeft het een en ander laten zien over Natural Horsemanship. Dit is een wijze van benaderen van training van paarden die gebaseerd is op de natuurlijke omgang van paarden onderling. Het komt erop neer dat een paard geleerd wordt om niet angstig te reageren op dingen (zoals bijvoorbeeld een plastic zakje). Best fantastisch om te zien hoeveel je een paard op die manier kunt leren.
Kortom, we hebben vijf dagen lang genoten van het leven op een boerderij, in de warmte van Australia. (Lekker eten ook trouwens, al was het wat typisch om te zien welk vlees er de volgende week gegeten zou worden: dat van een schaap dat werd geslacht....)
Na Leconfield zijn we naar Dubbo gereden. In Dubbo is een grote dierentuin, een beetje a la de Beekse Bergen. Heel typisch om al die dieren in de warmte in het rond te zien lopen, en daar dan met ons busje tussendoor te rijden... Maar wel mooi!
Vervolgens zijn we verder gereden naar Griffith. Het was de bedoeling om daar, samen met Ruben en Marleen die er al waren, en Leonie die ook naar Griffith was gekomen, naar werk te zoeken. Griffith ligt in een gebied waar veel fruit gekweekt wordt, en normaal gesproken is er dus veel werk voor `fruit pickers'. Helaas kwamen wij ergens tussen twee seizoenen in: de oranges (sinaasappels) worden niet zoveel geplukt op het moment (de markt is erg slecht) en voor meloenen en druiven was het nog te vroeg. Na een week te hebben gezocht naar werk (langs uitzendbureautjes en gewoon bij boeren vragen) zijn we met z'n drieen (Leo, J&C) verder gereden naar Jerilderie. Leonie had daar eerder gewerkt en had daar een contact die zei werk te hebben. In Jerilderie bleek ook dat toch wat tegen te vallen, ook al doordat er slecht weer was. Omdat Josephine en ik geen zin hadden om nog langer te lanterfanten zijn wij met z'n tweeen doorgereden naar Canberra.
In Canberra, de hoofdstad van Australia, waren we op 26 januari, Australia Day. Het leek ons dat zo'n feest in de hoofdstad wel groots gevierd zou worden. Viel dat even tegen: het leek meer op Koninginnedag in een groot uitgevallen dorp! Maar: wel lekker real Dutch poffertjes gegeten!!! De rest van de dag hebben we doorgebracht in het Science and Technology Museum `Questacon'. Heel erg leuk. In dit museum leer je van alles over wetenschap, zoals energieverbruik en welke spieren je gebruikt bij het fietsen, van alles over kermisattracties, allerlei lichtdingen en nog veel meer. In elk geval de moeite waard om er een middag door te brengen.
Zaterdag zijn we weer Canberra ingegaan, nu om als toerist het parlementsgebouw te bezoeken. Het parlementsgebouw van Canberra is nog maar 15 jaar oud (Canberra is sowieso nog erg jong: pas begin vorige eeuw is besloten om een nieuwe hoofdstad te bouwen voor de nieuwe federatie Australia). Het parlement is gebaseerd op het Engelse Westminster Parliament, dus met een lager huis en een hoger huis. Het gebouw, dat in een heuvel gebouwd is, zodat de parlementariers niet op hun bevolking neerkijken, maar juist omgekeerd: de burgers kunnen boven de hoofden van de parlementariers lopen!, bestaat dus ook uit twee delen: het lagerhuis (met groene bankjes in de kleuren van de `gumtrees' bladeren) en het hogerhuis (met roodkleurige bankjes, de kleur van de bloesem van `gumtrees'). Al met al een mooi gebouw (al kan ik het niet met het Nederlandse parlement vergelijken, want daar ben ik nog niet geweest...)!
Na Canberra zijn we naar de Snowy Mountains gereden. De Snowy's zijn de bergen in Australia waar je kan skien in de winter (of zomer, als je het NL jaar aanhoudt!). In de buurt van Mount Kosiuszco, met 2238m de hoogste berg van Australia, hebben we een dag gewandeld. Heerlijk om door de natuur te wandelen, maar gek genoeg ook af en toe wat koud. En 20km in de bergen lopen is toch ook best wel een beetje ver, vooral als je niet zoveel gesport hebt... Was dus best afzien!!
Via de Alpine way (een slingerweg over bergen en door dalen, toch best lastig met een oude bus...) zijn we naar een powerstation (Tumut 2) gereden. In de Snowy Mountains is een stelsel van dammen en leidingen aangelegd. Het oorspronkelijke doel was om het gebied ten westen van de Great Dividing Range (waar is die atlas nou gebleven?;-) te voorzien van water voor irrigatie. Om dit irrigatiesysteem te betalen is het gecombineerd met een aantal powerstations, die een groot deel van zuid-oost Australia van stroom kunnen voorzien. Tumut 2, waar wij dus zijn geweest, is het grootste ondergrondse powerstation van het geheel. Door een tunnel word je met een busje naar binnen gereden, waarna met behulp van een video het een en ander over het hele systeem wordt verteld. Daarna volgt een korte rondleiding door de turbinehal. Wat voor ons wel leuk was: een van de turbines was voor groot onderhoud gedemonteerd, waardoor we ook de normaal gesproken onzichtbare delen konden zien. Geeft wel even wat meer indruk van de dimensies van de turbines. Al met al de moeite waard om te zien, al hoewel de Australiers wel wat overdrijven wat betreft de grootte...
Via Albury zijn we verder gereden naar Shepparton. Hier gaan we weer proberen om werk te vinden. Vermoedelijk gaat dat wel lukken, want rond Shepparton ligt ook weer een groot fruit-gebied (net als het gebied rond Griffith trouwens gevoed door water uit de Snowy Mountains!). Zoniet, dan trekken we al eerder verder, naar Melbourne en vervolgens naar Tasmania. We zien wel.
Tot hier weer het reisverslag. Voor de liefhebbers nog wat over Pretty Lady, onze bus. Het is een witte bus uit juli 1976, Volkswagen natuurlijk (Volkswagen. Wie anders?)
De motor is een gereviseerde motor die er 20.000km geleden ingekomen is. Toen we de bus kochten dat er een grote deuk in de linkervoordeur (dat is dus de passagiersdeur!!!) en moesten er volgens een garage in het centrum van Sydney wat dingen gerepareerd worden aan het onderstel aan de voorzijde en nog wat dingen aan de motor. Voor de deur zijn we naar een wrecker gegaan, een sloper die een paar bussen had staan en die ook reparaties uitvoert. Daar zijn de reparaties aan de voorzijde ook uitgevoerd. Een stuk goedkoper dan bij die garage in het centrum, ook al omdat er aan de motor niets hoefde te gebeuren (een olielekje, iets dat normaal is bij een VW). Dus mechanisch is de bus helemaal in orde.
In het stadsverkeer kan de bus heel aardig meekomen door de 2 liter motor, in de bergen gaat het allemaal wat langzamer. En op de buitenwegen proberen we maar niet al te hard te rijden, omdat dan het verbruik (tussen de 1 op 6 en 1 op 7.5) dan wat te hoog wordt (en ook hier is de benzine een stuk duurder geworden, hoewel.... $1 ongeveer voor een liter gelode benzine, ca. Hfl. 1.30, is nog steeds erg weinig...). Dus worden we veel ingehaald door andere auto's, maar we hebben ook geen haast ;-)
Wat wel heel erg leuk is met deze bus is het contact met andere bussen: bijna elke VW-bus-inzittende (in bussen van voor 1981) die we tegenkomen groet. En dat zijn er toch nog best veel: als we onderweg zijn komen we er bijna altijd wel een paar tegen en in de grote steden zelfs meer dan een paar ;-). Hoezo groupies/freaks??
En nou maar hopen dat we verder geen grote reparaties hoeven uit te voeren. We willen dat bereiken door niet al te lang door te rijden (worden we zelf te moe van en de bus te heet), regelmatig de olie te controleren (alweer vanwege de hitte) en in de grote steden de bus een kleine beurt te geven (daar zijn immers de meeste bussen, en dus vast ook de garages die verstand hebben van dit soort oude auto's!) Hiermee hopen we de 25.000 geplande kms te halen. You'll hear later if we'll make it!
That's all for now!