14.3.01

Hobart, 14 maart 2001

Al weer een maand later. Weinig mogelijkheden om goedkoop een stuk te schrijven. Eerst al niet op het vaste land, en nu hier op Tasmania. Maar oke, beter laat dan nooit ;-)

Nu een maand geleden zijn we in Melbourne aangekomen. Melbourne is een gezellige, leuke stad, alleen konden wij onze weg er niet zo goed vinden. Als je in Sydney aankomt weet je: ik moet het Opera House bekijken, de Harbour Bridge, en zo zijn er nog een paar kenmerkende punten in Sydney. Maar voor Melbourne is dat een stuk lastiger. In Melbourne zijn niet echt van die duidelijke landmarks. Na een paar dagen rondzwerven waren we het dan ook al weer zat. En echt zin om te werken hadden we ook nog niet, plus dat we naar Tasmania zouden gaan. Omdat we nog een paar dagen moesten wachten op de boot (volgeboekt...) zijn we naar Philip Island gegaan.

Hiervoor zijn we naar het Holland Festival gereden. Een (best wel groot) festival opgezet voor en door Hollanders die naar Australia zijn ge-emigreerd. Met heel veel Hollands eten en allerlei andere dingen die met Nederland te maken hebben. Best leuk om te zien. En natuurlijk om oliebollen en appelflappen te eten. Die hebben we in december toch wel gemist... En muisjes en hagelslag smaken toch ook best lekker op Australisch brood... Kortom, een leuk dagje uit.

Daarna dus naar Philip Island. Philip Island ligt ongeveer 100km ten zuidoosten van Melbourne, en is zo ongeveer een groot natuurgebied. En waar het vooral bekend door is zijn de pinguins.

Op het eiland broeden de kleinste soort pinguins op de wereld, de Fairy of Little Pinguins. Overdag zijn de volwassen vogels in het water, 's avonds komen ze aan land om hun jongen te voeden. Een heel grappig gezicht om die kleine beestjes het water uit te zien komen. Het zijn echte twijfelkonten (waar kennen we dat van?!): op een gegeven moment lopen ze een stukje het strand op, om vervolgens weer als een speer terug te duiken in zee. Ze doen dit omdat ze op het strand het meeste gevaar lopen: door hun zwarte rug vallen ze op tegen de achtergrond van wit zand. Op deze site is meer te vinden over deze leuke beestjes.

De rest van de dagen hebben we doorgebracht op het strand, lekker warm in de zon zandkastelen bouwen (Christiaan) en buik verbranden (Josephine). Dat laatste is natuurlijk iets minder handig, maar ja, shit happens!

26 februari zijn we met de boot naar Tasmania gegaan. Lekker met de nachtboot, slapen en reizen tegelijk. Na het eten (zo'n lekker uitgebreid buffet, waarbij je alleen je maag veel te vol eet) helemaal onderin het schip liggen slapen. Voor Josephine helaas iets minder prettig, die heeft duidelijk niet echt zeebenen...

De volgende dag aankomst in Devonport, aan de noordkust van Tasmania. Beetje een schok: het is redelijk koud op het eiland. Niet voor Nederlandse begrippen, tegen de 20 graden is in Nederland al best lekker, maar wel als je gewend bent geraakt aan temperaturen die meer in de buurt van de 30 liggen... Dus in elk geval niet echt strandweer.

We hebben onze sightseeing tour vervolgt langs de noordkust en vervolgens de oostkust. Allemaal leuke kleine plaatsjes (uit de Planet: St. Helens is de grootste plaats aan de oostkust... met 2000 inwoners kleiner dan Aduard!!!) en natuurlijk veel natuur en strand. Leuk dus.

Bij Friendly Beaches hebben we een nacht op een soort van camping pal aan het strand gestaan. Zo'n camping zonder faciliteiten die erg geschikt is voor Hollanders (namelijk gratis!!!). En doordat het zo rustig is zijn er een heleboel beestjes. Eerst al een kangaroo gezien, vervolgens in de schemering een ontmoeting gehad met een paar Wallabies (kleine kangaroes). Erg leuke beestjes. En later die nacht een bezoeker boven op de bus gehad. Aan de spiegel van de bus hangen we vaak onze afvaltas op. Zo ook hier, en laat daar nou net iets te eten in zitten. Iets wat de Possum (helaas geen Tasmanian Devil, zoals we eerst hoopten) zo graag wou dat hij helemaal op de bus klom, om vanaf de spiegel in de tas te graaien. Hij wou het zelfs zo graag dat hij zelfs weer op de spiegel klom toen we de tas al hadden binnengezet!! Niet echt goed voor je nachtrust, maar wel erg leuk.

Vervogens verder afgezakt naar het zuiden naar Port Arthur. Port Arthur is een van de weinige plekken in Australia waar je echt geschiedenis kunt zien. Rond 1830 is daar door de Engelsen een strafkolonie gebouwd, waar mensen die al waren verbannen naar Australia dubbel gestraft konden worden. Eigenlijk een gevangenis voor mensen die nog een keer een misdaad begingen dus! Van het hele strafkamp zijn alleen nog wat ruines over nadat het kamp in 1877 is gesloten. Best bizar om daar rond te lopen en meer te leren over de geschiedenis van dit land.

De afgelopen dagen hebben we in Hobart, de hoofdstad van de staat, rondgezworven. Een hele mooie, kleine stad (beetje zoals Groningen) aan het water. Onder andere een bezoek gebacht aan een lokale jaarmarkt (voor fruit in de Huon regio, beetje als de Zuidlaardermarkt, alleen dan veeeeeel kleiner) en een chocoladefabriek (dat zijn altijd de betere tours: chocola proeven!!!). En nu wachten we totdat Pretty Lady weer in orde is. We hebben haar achtergelaten bij een VW-wrecker (oeps!) die haar een servicebeurt geeft en de motor weer opnieuw (en hopenlijk beter) afstelt.

Het plan is om nu naar het noorden te trekken langs de westkust, om vervolgens 27 maart de boot naar Melbourne terug te nemen. Misschien dan in Melbourne werken. We zien het wel.